Wat is padel

Padel is een racket- en balsport voor twee spelers (enkelspel) of voor paren (dubbelspel), waarbij een bal, gelijkend op een tennisbal, met een racket over een net gespeeld dient te worden. Het is een mix van tennis en squash.
Tennisclub Roeselare / Padel Tennisclub Roeselare / Padel
Bij padel moet de bal over het net op de speelhelft van de tegenstander(s) geslagen worden, zonder dat de bal eerst een van de wanden raakt. Het doel is om de tegenstander(s) te beletten de bal terug te slaan. De bal blijft echter in het spel als deze eerst de grond raakt en nadien een van de wanden. Dit zorgt voor langere rally's en meer spelplezier. Dit betekent ook dat tactiek belangrijker is dan kracht, aangezien de bal steeds kan terugkeren. De sport wordt zowel recreatief als competitief beoefend. Padelspelers zijn over het algemeen lid van een padelclub, die dan is aangesloten bij een padelfederatie.

Aangezien Padel erg toegankelijk en laagdrempelig is voor alle leeftijden en een aantrekkelijk geheel vormt vooral ook naar fun en sociale interactie toe, denken wij dat dit tezamen met onze mooie locatie, tennis indoor en outdoor faciliteiten een extra meerwaarde zal vormen. De basistechnieken zijn vrij eenvoudig aan te leren voor jong en oud, man of vrouw, ongeacht de historie van betreffende persoon. Het is met andere woorden een sport die beoefend kan worden op ieder zijn of haar technische en fysieke niveau, ideaal voor een toffe inspanning met vrienden, collega’s, familieleden of andere bondgenoten.

Fun al bij de start, breek er dus tussenuit met Padel bij TC Roeselare.
SPELREGELS PADEL
Algemeen:
Padel wordt zowel dubbel als enkel gespeeld. Er wordt meestal zonder scheidsrechter gespeeld.

Score:
De puntentelling gebeurt zoals bij het tennis. De punten worden geteld volgens het traditionele Britse systeem: 15, 30, 40, game, set en match (deuce bij 40-40). Er kan gespeeld worden tot 2 of 3 gewonnen sets, afhankelijk van de competitieformule.

Opslag:
De opslag gebeurt altijd onderhands nadat men de bal 1 keer laat botsen achter de servicelijn. De bal moet steeds lager dan heuphoogte geraakt worden. De eerste keer wordt de opslag van op de rechterkant genomen, vervolgens wordt er afwisselend links en rechts geserveerd. De bal moet bij de opslag steeds diagonaal worden gespeeld. De serveerder moet met 1 voet op de grond blijven staan. De voet mag hierbij de servicelijn niet overschrijden of raken. De bal moet landen in het servicevlak van de tegenstander (diagonaal) en mag daarna de omheiningsdraad niet raken. Net zoals bij het tennis krijgt men 2 pogingen. Als de bal bij een eerste of tweede service het net raakt en daarna in het correcte servicevak landt, wordt de opslag opnieuw genomen. De ontvanger mag kiezen of hij de bal terugspeelt voor of nadat de bal eventueel nog de zij- en/of achterwand raakt. De return mag niet bovenhands gespeeld worden. Na de opslag zijn de lijnen van geen belang meer.

Spelverloop:
De bal mag slechts éénmaal botsen op de grond. De bal mag gespeeld worden voor de bots of na de bots eventueel na contact met de muur of de omheining. De bal mag de muur of omheining niet raken voor de bots op de grond.
Men heeft puntverlies als:
  • de bal 2 keer kaatst aan de eigen kant
  • de bal jezelf of je medespeler raakt
  • de bal eerst de omheiningsdraad raakt vooraleer over het net te gaan of de grond te raken aan de overzijde.
Als de bal via het speelveld over de muren of omheining wordt geslagen is het normaal gezien een punt. Er is een regel die de spelers toelaat de bal van over de omheining terug te slaan.